recensies 2012

 

In de schaduw van

toekomstige rampen (roman okt 2012, AtlasContact)

 

NRC van 31 augustus 2012 

In de NRC van 31 augustus werd het verschijnen van deze roman door Arjen Fortuin alsvolgt aangekondigd: "Maar de beste verheugboeken zijn die waar je naar uitkijkt, juist omdat je verwacht dat ze je gaan verrassen (ja, dat is een contradictie): neem In de schaduw van toekomstige rampen, de nieuwe roman van Max Niematz, zo'n schrijver die ineens een geweldige roman kan afleveren. De titel is goed en de synopsis veelbelovend: jonge schrijver legt de pen neer en gaat naar Wenen om de rauwe werkelijkheid te ontdekken. Is de rauwe werkelijkheid wel de juiste biotoop voor een geboren schrijver? Het is een vraag die Hendrik zelf niet meer kan beantwoorden, omdat hij dan al in een staat van verregaande waanzin verkeert."

 

NRC van 21 december 2012, recensie van Arjen Fortuin (samenvatting)

...In schrale tijden ligt de literaire lat hoger [voor de uitgever]: een auteur moet of goed verkopen of heel erg goed zijn. En die goede schrijvers worden gedwongen na te denken over hun publieksbereik; hun literaire waar alleen maar over de muur gooien is niet voldoende. En daar schrijven ze dan weer over [...], zoals Max Niematz doet in zijn achtste boek In de schaduw van toekomstige rampen.

Niematz' hoofdpersoon is Hendrik Cornelis Hoogkarspel, een auteur van de oude stempel. [...] Op het moment dat een van zijn grootste bewonderaars, de Haagse mevrouw Pistorius, zich van hem afwendt, wil hij niet meer schrijven. Hij wil leven. Hij leest over Napoleons generaal Murat, die ook wel wist dat een aanval op Wenen een tactische miskleun zou zijn, maar die zo werd verleid door de schitterende aanblik van de stad in de zon dat hij niets anders kon doen dan deze veroveren. Het zou zijn ondergang worden - en die van zijn baas.

Door een gelijksoortige fascinatie bevangen rijdt Hoogkarspel naar Wenen, de stad die de krochten van zijn ziel weerspiegelt. Mooi ironisch beschrijft Niematz hoe graag Hoogkarspel zich thuis zou willen voelen, in de stad, in zijn pension. 'Nee, Hendrik kon de Keizersstad nog niet de zijne noemen, maar dat klopje op zijn kamerdeur kwam hem toch al vertrouwd voor.' Hendrik stort zich in het Weense leven, krijgt kennis aan vreemde figuren, onder wie een altijd in zichzelf mompelende man die regelmatig in koffiehuizen opduikt, en een Japans-Pools echtpaar, waarvan vooral de Poolse vrouw hem kan bekoren. Om Wenen te veroveren moet hij haar veroveren, haalt hij zich in zijn hoofd, wat later transformeert tot het tegendeel: om zich van Wenen te bevrijden, moet hij zich van haar bevrijden. [...]

Tegen het einde van de roman zijn alle normale personages uit beeld verdwenen. Ook is dan niet meer duidelijk of wat wij lezen zich alleen in het hoofd van de hoofdpersoon afspeelt, of ook daarbuiten. [...] Al vrij vroeg realiseert Hoogkarspel zich dat het gevaar van de stad zal zijn dat hij zich erin verliest - en dat is precies wat gebeurt. Zo voert Niematz je steeds verder mee in het leven van een man die wegdrijft van de rest van de mensheid en die uiteindelijk ook wel in verband komt te staan met de stad - niet met de mensen, maar met het geheel. Dat wordt op de laatste pagina gesymboliseerd door een tram: 'Ginds hoorde hij de tram al naderen, luid klingelend, hongerig bijna, onverzadigbaar hunkerend naar nieuwe bederfelijke last.'

Zo afgewend van de mensen staat Hoogkarspel ook ver af van de mensen die zijn werk eventueel zouden kunnen lezen. Zijn verlangen om te schrijven is verdwenen, hij wil niet meer duiden of vastleggen. Waarbij het knappe natuurlijk is dat dit proces van ontschrijving, van een afscheid van de literatuur, alleen maar opgeroepen kan worden door een sschrijver met een diep geloof in de kracht van de verbeelding.

Het resultaat is ironisch, ontwijkend en uiterst fascinerend.

 

A.H.J. Dautzenberg 15 november 2012

Beste Max, Van mijn redacteur kreeg ik je laatste roman. Meteen gelezen. In het begin vond ik het te academisch en droog, maar gaandeweg werd ik gegrepen. 'Wenen' is ontroerend en prachtig. Een boek van internationale allure. Ik moest denken aan Mann en Kafka.

 

Vrij Nederland 9 februari 2013 recensie Marjolijn Pouw

Max Niematz publiceert al meer dan dertig jaar gedichten, verhalen en romans. Hij is wel eens voor prestigieuze prijzen genomineerd, maar van een doorbraak bij het grote publiek is geen sprake. Zijn boeken zijn er te bijzonder voor. In zijn nieuwe roman komt de paniek van het schrijven naar voren. De op zichzelf gerichte Hendrik C. Hoogkarspel stopt met schrijven. 'Het werd hoog tijd dat hij losbrak uit het tragische levensgevoel dat zijn personages aankleefde en dat hem verdacht en tot zonderlingen maakte in de ogen van sommigen.'

Hij reist af naar Wenen. Wenen is prachtig, maar ook daar weet hij de draad niet meer op te pakken.

Het boek begint heel vermakelijk. Niematz neemt op elegante en welbespraakte wijze een uitstervend, erudiet soort schrijver op de hak. Zijn Hendrik is een ontwikkelde, fijnzinnige man met een uitgesproken voorkeur voor kunstenaars die niet tot de meest toegankelijke behoren: Pessoa, Borges, Von Doderer... Overal in het boek zijn verwijzingen naar meesterwerken te vinden, bv de aanval op de opgeblazen, onbenullige, psychoanalytisch ingestelde hoogleraar Poelgeest uit Groningen. Deze lijkt zo uit W.F. Hermans Onder professoren te zijn weggelopen. Ook Hendriks gemopper op uitgevers is leuk om te lezen. De slotpassage waarin de verbijsterde Hendrik als een mannelijke variant van Alice in Wonderland, staande voor de etalage van een Weense snoepwinkel, tussen de glinsterende roze fondantheuvels dwaalt, is ronduit prachtig. Als Voltaires Candide droomt hij ervan om voorgoed de suikerpaden aan te mogen aanharken.

 

Recensieweb 24 februari 2013 Kristel Blom

In Max Niematz' nieuwste roman gebeurt weinig concreets, maar tegelijkertijd ontwikkelt het verhaal zich in een hoog tempo. De titel In de schaduw van toekomstige rampen dekt deze tegenstrijdigheid. Want terwijl je leest, wacht je op die ene noodlottige gebeurtenis die maar niet komt, maar wel continu op de loer ligt.

Ondanks Hendrik Hoogkarspels onvermogen zich volledig los te maken van zijn schrijverschap, neemt hij de pen niet meer ter hand. De reden hiervoor? De herboren drang om echt te leven. Fictieve werelden waren tot dan toe zijn werkelijkheid, waardoor hij in een sociaal isolement belandde. De Haagse kakmadam mevrouw Pistorius haalt hem daaruit, haalt hem over zijn laatste roman Doelloosheid ter analyse voor te leggen aan een bevriend psychoanalist professor Poelgeest. Uitkomst: volgens de professor is hier een puber aan het woord, een verknipt persoon over wie de professor zich ernstig zorgen maakt.

"Complexen? Ik?" zei Hendrik. "Zeker heb ik die. Sterker, ik waak over mijn complexen. Ik begin zowaar te geloven dat verkniptheid voor een schrijver een godsgeschenk is."

"Niet impulsief worden. Blijft u rustig."

"Dat u me probeert te begrijpen is geen ramp, maar als ik mezelf begreep, zou de bron van mijn creativiteit zijn uitgeput. Zonder complexen zou ik gelukkiger zijn, maar geen schrijver. Ik zou wijs zijn, maar onleesbaar. En zegt u zelf: leesbaarheid is toch de hoogste wijsheid die een schrijver kan leveren."

"Prima," zei Poelgeest, "maar pas op, voer uw verkniptheid niet tot het uiterste! Per gammele Porsch door de polder crossen... Of was het een Mustang? Erg riskant, zou ik zeggen. Zoekt u het ongeluk? Bent u een volgeling van Jung, toch niet, hoop ik?"

Het is genoeg, Hendrik besluit naar Wenen te vertrekken, hoewel hij er geen geldige reden voor heeft, wat hij in eerste instantie wel van zichzelf eiste. Uiteindelijk is in Hendriks wispelturige redeneren het ontbreken van een aanleiding juist de reden om naar de Keizersstad te vertrekken. Hij zal er vanzelf wel achterkomen waarom hij daar is. Niet verrassend dat hij tijdens zijn onafzienbare zwerftocht het ware Wenen nooit ontdekt en zichzelf alleen maar verder verliest. Maar het zwerven stelt hem wel in staat een aantal nieuwe personages te ontmoeten, die omdat we ze enkel leren kennen vanuit Hendriks gezichtspunt nogal eigenaardig aandoen. Blijkbaar is de enige echte gek Hendrik zelf. Dit vermoeden wordt bevestigd als hij na verscheidene ontmoetingen uitgerekend de hoogbejaarde, dementerende Herr Rosenthal als reisleider kiest.

De beschrijving van Hendriks verblijf in Wenen wordt mede bepaald door de stijl die Niematz hanteert, o.a. de literair getinte en enigszins schimmige gedachtengangen van de hoofdpersoon. Het lijkt of er een verborgen tweede verteller achter Hendrik schuilgaat die de lezer wil helpen met het begrijpen van zijn bijzondere, dan wel waanzinnige wereldbeeld.

In de schaduw van toekomstige rampen is een boek met een duister randje. Niematz weet deze duisternis te verlichten met humor, waardoor Hendrik Hoogkarspel zich ondanks zijn zwakke mentale staat tot een toegankelijk personage ontwikkelt. Een boek vol krankzinnige gedachtengangen dat desondanks een positieve boventoon heeft.

 

Literair Nederland 4 maart 2013 Lodewijk Lasschuit

De schrijver Hendrik Cornelis Hoogkarspel wordt afgeschilderd als een bezetene die naast die hoedanigheid ook nog eens het vermogen bezit te doen of hij een normaal mens is. Hij smeekt zijn uitgever de inhoud van zijn nieuwe roman Doelloosheid op de achterflap niet te degraderen tot een ordinaire anekdote en te dien aanzien niet zijn beurs, maar zijn verbeelding te laten spreken.

'Een schrijver moet, heel zijn verklaarde afkeer van de door speculatief geld gedomineerde beschaving ten spijt, bij diezelfde beschaving aankloppen om zijn werk voor de liefhebber disponibel te krijgen.'

Het zijn voor dit soort zinnen die het lezen, en misschien wel herlezen, van In de schadw van toekomstige rampen de moeite waard maken.

Wir sind sehr erfreut Ihre Bekanntschaft zu machen, Herr Niematz. Vooral om je originele zinnen met de daarin verborgen humor, de spitsvondigheden en de beeldende beschrijvingen van het Weense ststadsbeeld.

 

Dagblad van het Noorden 17 november 2012

In de schaduw van toekomstige rampen is prachtig geschreven, maar beslist geen makkelijk boek. De compositie en opzet zijn ingenieus. Er zit een spiegeling in, van realiteit naar fictie en omgekeerd. Niematz gebruikt in de dialogen nogal wat Duits, dat echter eenvoudig en functioneel is. Hij hanteert een ingetogen soort humor en roept graag vragen op.