recensies poëzie

poezie:

 

Zielsvrienden (gedichten, De Arbeiderspers 1991) 

Peter Blom, Nieuwsblad van het Noorden.


"Probeert de dichter hier zijn omgeving te bezielen? Probeert hij de onttoverde dingen een nieuwe zin te geven?" Niematz slikt even als hij met zo'n interpretatie wordt geconfronteerd.



 

Herman de Coninck, De Morgen.


De gedichten in de bundel Zielsvrienden hebben iets gemeen dat ik vaak in poezie mis, terwijl dat toch een vanzelfsprekend kenmerk zou moeten zijn: lyriek. De woorden gaan zich niet meteen loszingen van hun betekenissen, maar met hun betekenissen, en dat is eigenlijk het mooiste wat je in poezie kunt meemaken.

 



Paul Demets, Poeziekrant.


Wittgenstein besefte dat taal te vaag en ontoereikend is om de wereld te kunnen beschrijven. Er ontstaat bevreemding, omdat men met poetische taal de wereld anders gaat benaderen door bijvoorbeeld bepaalde details uit te vergroten. Niematz doet dat in Zielsvrienden herhaaldelijk. Toch is het niet zo dat hij zoals Wittgenstein de lezer door cirkelredeneringen een steen voor de ogen rolt. Ik vind het precies zijn kracht dat hij een toch niet oninteressante thematiek verwoordt in een authentieke poetica, met realiteitsgebonden fragmenten die ingebed zijn in een archaiserende taal. Zo komt de bevreemding bij de lezer duidelijk naar voor, en ik kan het daar goed mee vinden.


 

Een wonder van Morpheus

(gedichten, BZZTOH 1989)

 

Joost Niemoller, Haarlems Dagblad


Was in zijn debuut al een prachtig archaische stem te horen, hier wordt de lijn voortgezet zonder kwaliteitsverlies, zoals in het door zijn postmoderne vervreemdingseffecten fascinerende stadsbeeld Limousine. Op zich even simpel qua onderwerp, maar even vreemd, ja zelfs magisch zijn de zonder meer prachtige gedichten Telefoon en Wolk.
 Een dichter met een dergelijke vakbeheersing alleen al, verdient het om naast de al te vaak genoemden te mogen schitteren. Kan hij niet een prijs krijgen?





 

De bestijging van Popoque

(gedichten, BZZTOH 1987)

 

J. Omblets, Het Laatste Nieuws


Als je al eens een indigestie voelt komen opzetten bij een stapel gedichten die je liever ongedrukt had gewenst, dan bezorgt Max Niematz je ineens weer een gevoel van honger. Zijn debuutbundel heeft het effect van een stevig degustatiemenu. Geen zwaar op de maag liggende ingredienten, geen opgeklopt schuim met exotische namen, maar de rasechte poetische neerslag van een wereldreiziger, die zijn pen doopt in een originele beeldspraak.
 Niematz herschept de werkelijkheid met nu eens bloednuchtere, dan weer naaldscherpe of huiveringwekkende observaties los van tijd en ruimte. De chaos stimuleert hem steeds weer, niet tot een herschikking, maar tot een organische bezonkenheid die een nieuwe kijk biedt op de ontzaglijke mogelijkheden van ons woordgebruik. Een rasecht talent dat de lezer meesleurt naar nog te verkennen horizonten, meestal heel nabij.