Smeulende vuren, bloedend hout 2020

Smeulende vuren, bloedend hout

(roman nov 2020, uitgeverij IJzer)


Tzum 14 november 2020, recensie door Coen Peppelenbos (ietsjes ingekort)

Het is altijd oppassen als je een verhaal over een schrijver leest en dat is in Smeulende vuren, bloedend hout niet anders. Je denkt eerst dat Douglas Seefaert een beetje een mislukte schrijver is. Hij woont nog bij zijn ouders terwijl hij net als zijn succesvollere broers Jefferson en Phill al lang het huis uit had moeten zijn. Maar hij zit maar thuis de tijd weg te denken, bezoekt regelmatig een literaire club waarbij hij zelf ook meedraait. Dat levert af en toe komische terzijdes op over de literaire wereld. Zoals in een gesprek tussen Douglas en zijn broer Jefferson:

 

  • ‘Straks ga je nog op slechte kritieken kankeren. Een beetje schrijver doet dat toch?’
    ‘Klopt. Ik ook. Maar als het erop aankomt, sta ik niet tegenover, maar áchter de criticus. Ik lees over zijn schouder mee. Regelmatig vraag ik me in stille verbijstering af: wat zou de schrijver hier in godsnaam mee bedoelen?’

 

De roman speelt zich af in het zuiden, tegen Vlaanderen aan. Douglas is het buitenbeentje in de familie Seefaert waar het allemaal om de bosbouw draait en juist daarover schrijft hij een kroniek. De eerste honderd bladzijden vraag je je af waar het verhaal naartoe gaat. De literaire club verandert langzamerhand in een spirituele gemeenschap nadat een Vlaamse vriend van Douglas het licht gezien heeft en als een goeroe de club met zijn religieuze teksten bestookt. Douglas keert zich van de groep af, maar zijn broer Jefferson komt onder de invloed van de raaskallende voorman. De enige vriend die voor Douglas overblijft is Roepert Haveland, een jonge lezer en kenner van zijn werk die snoeihard commentaar levert op werk en leven van de schrijver. Je krijgt pas gaandeweg door dat het verhaal dat Douglas over zijn familie en vrienden vertelt erg gestuurd is. [de vraag is: door wie? MN] Je blijft in het hoofd van Douglas zitten (die malende gedachten doen een beetje denken aan de hoofdpersonen bij Wessel te Gussinklo) en langzamerhand kom je erachter dat we met een wel heel erg onbetrouwbare verteller te maken hebben. Realiteit en fictieve werkelijkheid gaan bij de ietwat sukkelige schrijver steeds meer door elkaar lopen.

 

  • Hoe kun je als schrijver én een personage zijn én de bron van verbeelding waaruit dat personage voortkomt? Hoe tegelijk waarnemer en waargenomene zijn?

 

Bij Max Niematz kan dat en dat heeft desastreuze gevolgen voor de familie nadat vader Seefaert met de kwestie van zijn eigen opvolging een broedertwist veroorzaakt. Smeulende vuren, bloedend hout komt wat traag op gang, maar eindigt in literair vuurwerk.

 

Literair Nederland 14 december 2020, recensie door Herbert Mouwen (ingekort, ietwat geparafraseerd)

Max Niematz wordt door een kleine groep liefhebbers van zijn werk nauwlettend gevolgd en hoog gewaardeerd. Sinds 1987 heeft hij drie dichtbundels, een verhalenbundel en zeven romans gepubliceerd. Nu, acht jaar na zijn laatste roman, verscheen Smeulende vuren, bloedend hout.

Bosbouwer Seefaert noemt zijn pasgeboren zoon 'Douglas', omdat hij op de dag van zijn geboorte met flinke winst een perceel met douglassparren verkoopt. Douglas, de ik-figuur in de roman, is de jongste van drie zonen. Phill, de oudste, is beoogd opvolger van zijn vader. Hij werkt bij een bank en helpt in de familieonderneming met de veelzeggende naam De Domeinen. Zijn broers beschouwen hem als ‘lichtelijk gladjes’. Jefferson, de andere broer, klimsporter en kunstverzamelaar, heeft ‘de feestzomers’ uit zijn jeugd achter zich. De drie broers hebben zeer uiteenlopende karakters. Dat leidt tot pittige discussies en stevige conflicten. Toch breken ze nooit met elkaar. De wankele familieband tussen hen is een belangrijk spanningselement in de roman en verwijst naar de titel.

Douglas is schrijver. Wanneer de broers het ouderlijk huis verlaten, blijft hij met zijn ouders achter. Om het contact met de werkelijkheid niet te verliezen richt hij met anderen een letterengenootschap op, dat wekelijks bijeenkomt. 

In de roman wordt de ontwikkeling van de jonge schrijver beschreven. Allerlei personages uit zijn omgeving beïnvloeden hem. In de eerste helft van de roman bepalen dialogen en reflecties de primaire verhaallijn. In de onderliggende laag reflecteert Douglas op aspecten van het schrijverschap. Dat is nodig, want het schrijven gaat hem niet gemakkelijk af. Ook fysiek niet: hij heeft artritis in zijn handen.

Bij zijn bezoeken aan de literaire club ontmoet hij twee personen, die belangrijk worden in zijn schrijversleven. De eerste is behept met de sprekende naam Roepert Haveland, een jonge bewonderaar van Douglas' eerste romans. De tweede is Melchiot, een vreemde vogel die zich in de letterenclub ontplooit tot een dwangmatige, religieuze sekteleider. Hij krijgt een steeds grotere groep volgelingen, ook broer Jefferson maakt daar deel van uit. Roepert Haveland en Douglas sluiten zich niet aan. Ze worden geleidelijk twee eenlingen die elkaar bij tijd en wijle opzoeken. Roepert is een man van smakelijke anekdotes, wilde ideeën en allerlei vormen van dwarsdenken, die Douglas' werk en levenshouding buitengewoon kritisch becommentarieert. In de roman is hij de literaire tegenhanger van Douglas die de schrijver allerlei ideeën influistert. Hierdoor ontstaat een boeiende strijd tussen twee krachten: Douglas, de schrijver, tegenover Roepert, het alter ego of literaire geweten van diezelfde schrijver.

Het schrijverschap, het enigszins buiten de werkelijkheid staan van een schrijver, het uitstellen van heftige gebeurtenissen, alsook het verdwijnen van zijn schrijversdrang zijn thema’s die in Niematz’ vorige roman In de schaduw van toekomstige rampen al een prominente rol speelden. De thematiek van Smeulende vuren, bloedend hout sluit hier naadloos op aan. Ook Douglas stelt aan zichzelf vragen als: ‘Want over jezelf schrijven, kan dat? Hoe kun je als schrijver én een personage zijn én de bron van verbeelding waaruit dat personage voorkomt? Hoe tegelijk waarnemer en waargenomene zijn?’ 

Niematz werkt net als in zijn vorige romans de personages en hun onderlinge relaties gedetailleerd uit. Om zijn verhaal niet te zwaar te maken past hij gedoseerd humor toe. Meestal milde ironie, soms is er sprake van venijnig sarcasme, een enkele maal komt bij een personage cynisme bovendrijven. De dramatische gebeurtenissen in de tweede helft van de roman worden niet breed uitgewerkt, maar in enkele woorden zakelijk geregistreerd. Het gaat de schrijver niet om het effect of schrikmoment van een handeling of situatie, het benoemen op zich is voldoende. De spanning ontstaat in de gesprekken en gedachten van de personages zelf. De auteur weet de moeder van Douglas lang op de achtergrond te houden zonder dat ze geheel uit het verhaal verdwijnt. Uiteindelijk speelt ze wat betreft de toekomst van haar jongste zoon een cruciale rol.

Smeulende vuren, bloedend hout is een zorgvuldig geschreven roman met boeiende personages. Tegelijkertijd is het een verhaal met een gelaagde opbouw die mysterieus blijft. Het boek heeft een lange aanloop naar de meer dramatische gebeurtenissen in het laatste gedeelte en de ontknoping. Tevens geeft het de lezer op speelse wijze inzicht in een aantal aspecten van het schrijver-zijn, zoals Douglas' woorden tegen zijn moeder, waarmee de roman eindigt: ‘Als alles wat jij zegt en doet, ware gezegd en gedaan, wat zou mijn leven dan nog zijn? Een boek hooguit. Op een dag zou er met een doffe dreun een boek op de keukentafel vallen, een mooi boek, een mooi dood voorwerp.’ 

Dit boek over bosbouw, een ondernemersfamilie en het schrijverschap verdient een groot lezerspubliek. Het wordt tijd dat Max Niematz doorbreekt.