Kromzicht (roman, Contact, 2008) 

 

NRC 25 januari 2008 

Arjen Fortuin in NRC 25 januari 2008 
'Een dorp minder van monden dan van ogen en oren', noemt Max Niematz het gehucht waar zijn roman Kromzicht naar is genoemd. De belofte die dat inhoudt - een dorpsroman waarin nogal wat ongezegd blijft - wordt door Niematz (42) volledig ingelost. Kromzicht vertelt het verhaal van twee veeteeltfamilies die al sinds mensenheugenis in stille rivaliteit het dorp domineren. De familie Hensius is net wat gestudeerder en geeft er de voorkeur aan 'binnen het eigen ras' te fokken. Bij hun buren, de Tiedema's, is men sociaal minder bedreven en fokt men praktischer: de kleur van de koeien doer er niet toe - als er maar melk uit komt. 
Tegen de achtergrond van die lange lijnen van het Groninger boerenbestaan voltrekt zich begin 20ste eeuw de clash tussen de vlotte wereldlijke boer Ludo Hensius en de stuurse Berend Tiedema die beiden rond hun achttiende aan het hoofd komen te staan van de boerenbedrijven van hun overleden vaders. Met een strakke compositie, een hoog tempo en trefzekere zinnen voert Niematz de tegenstellingen tussen de twee naar een climax. Belangrijke elementen: Ludo's uit studie voortgekomen verlangen een superstier te fokken, een veeziekte en het hart van Ludo's nichtje Klazien, met wie Berend zich verlooft.
 Zo kort samengevat doet Kromzicht denken aan recente met recht geprezen plattelandsromans als Sneeuweieren van Ricus van de Coevering en Boven is het stil van Gerbrand Bakker. Maar Niematz' boek is twee klassen beter. Dat komt in de eerste plaats door zijn prettige, net niet ironische stijl die hij combineert met een neiging plompverloren met de deur in huis te vallen. Neem de zin: 'En niet het gerinste van die vreemde en onverklaarbare dingen was het dubbelgeslagen schriftblaadje dat Berend Tiedema die week in zijn brievenbus vond. Ik maak het uit. Excuus. Klazien'.
Maar meer nog dan aan de vorm dankt Kromzicht zijn kwaliteit aan de wijze waarop Niematz erin geslaagd is een boek te maken dat echt over een gemeenschap gaat en over de manier waarop mensen omgaan met veranderende tijden. De roman lijkt op het eerste gezicht verwant aan de psychologie van het televisieprogramma Boer zoekt vrouw, maar heeft minstens zoveel gemeen met Thomas Rosewnbooms Publieke werken. Dat laatste geldt vooral de manier waarop Niematz laat zien hoe Ludo Hensius meent de geschiedenis te slim af te zijn en zichzelf op ramskoers richting ondergang zet. Iets wat de daardoor gedupeerde Tiedema probeert te voorkomen.
Het gevecht dat het dorp dan levert om de lieve vrede te bewaren ontstijgt vervolgens de microkosmos van het dorpje Kromzicht. Het kernthema van deze in wezen sociologische roman heeft niets met het boerenleven te maken, maar met het functioneren van gemeenschappen. Het laat zien hoe eeuwenoude verschillen tussen mensen - of het nu individuele boeren of hele bevolkingsgroepen zijn - in korte tijd kunnen ontaarden in levensgevaarlijke conflicten. En hoeveel moeite het daarna kost om de (gewapende) vrede te heroveren. 
Dat maakt Kromzicht tot een roman die iets probeert te zeggen over de gruwelijke wereld van de twintigste eeuw die de dorpsbewoners goeddeels voor zich hebben. En trouwens ook over de eeuw daarna.

 

 

HP/De Tijd vierde week 2008

 

Jan Zandbergen in HP/De Tijd vierde week 2008 
Kromzicht... Oost-Groningse streekroman met subtiel-ironische flonkering. Max Niematz zit met zichtbaar plezier op zijn praatstoel en neemt alle tijd om zijn personages te introduceren. Hensius en Tiedema zijn twee namen die al eeuwen meegaan in het Groninger Oldambt. Hun landerijen grenzen over de volle lengte aan elkaar, maar van nabuurschap is geen sprake bij de twee rivalen. De trage Berend Tiedema is een voorstander van het klassiek kruisen van meerdere runderrassen. De excentrieke Ludo Hensius legt zich toe op het kweken van een superras van zwartbonte koeien en heeft een wetenschappelijke theorie dat de rasveredeling het beste wordt gediend door nakomelingen met elkaar te kruisen. Dat oom Ludo tussen het fokken door ook nog kans ziet zijn zestienjarig nichtje te bezwangeren, moet beschouwd worden als een literair staaltje van contrapuntiek. Geheel in de geest van Haanstra's Fanfare komen de rivalen in de finale verrassend nader tot elkaar.

Karel Walsch in literairnederland.nl 04-2008 
Boeren zoeken op de televisie koortsachtig naar vrouwen. Ook het aantal boeken over het plattelandsleven groeit. Een boek dat ook op het platteland speelt, maar duidelijk afwijkt, is Kromzicht van Max Niematz, waarin een meisje van 15 een belangrijke rol speelt. Niematz begon proza te schrijven vanaf 1990, maniakaal, bijna alsof zijn leven ervan afhing. Dit resulteerde in een uiterst fijnzinnig gestileerde stijl. Bovendien verrichtte hij uitgebreid research voor zijn boeken. Is iemand in de vorige eeuw bijvoorbeeld geinteresseerd in sterrenkunde, dan haalt Niematz allerhande instrumentarium onder het stof vandaan. Zijn werk lijkt in de verte op het knappe werk van F.B. Hotz, die met prachtromans als Ernstvuurwerk een zelfde krachtsinspanning aan de dag wist te leggen. Naast het thema van de liefde en de jaloezie toont Niematz, fraai weergegeven, het tijdsgewricht waarin het boerenbedrijf ver voor de tweede wereldoorlog verkeerde. Onvermijdelijk moest de intrede van de mechanisatie in de landbouw dit gebied en deze mensen veranderen en deze tragiek hangt als een zwaard boven het verhaal. Maar vooralsnog mogen we meegenieten van een vaardig geschreven drama en een zeldzaam taalvaardige auteur die onterecht maar door een klein publiek gelezen wordt.

 

 

Boekenkrant 22 januari 2008

 

Boekenkrant 22 januari 2008 
"Kromzicht. Een rustig dorp. Vredig. Een dorp minder van monden dan van ogen en oren, een gat van horen, zien en zwijgen (...)." Zo'n begin, da's toch machtig mooi. De schrijver Max Niematz heeft de woorden uit Groninger klei getrokken. Beetje zwaar, beetje nors soms. Zwijgen was beter geweest. Zo zijn die lui van Kromzicht ook precies. Een dorp met twee boerenfamilies, Hensius en Tiedema, beladen met stille rivaliteit. Waar heer en knecht nog herkenbaar zijn. Werk en eten niet voor het opscheppen liggen. Die rivaliteit tussen Hensius en Tiedema, dat moet toch eens misgaan? (...) Hun karakter ondergraven spade na spade de Kromzichter kalmte. (...)

Jeroen Vullings in Vrij Nederland 19 januari 2008 
(...) Het is onterecht om een auteur die zich eertijds bewezen heeft, op grond van een misstap af te schrijven. Maar daarvoor is het wel noodzakelijk Kromzicht zo snel mogelijk te vergeten. Bij deze.

 

 

VPRO-gids februari 2008

 

Wim Noordhoek VPRO-gids februari 2008 
Een stal met koeien binnengaan, voor het eerrst sinds jaren. Wat overkwam me? Ik werd bedwelmd door de geur van koe, een overweldigende geur.
'Een koe geeft een gloed af die loom en gelukkig maakt,' schrijft Max Niematz in zijn roman Kromzicht, over veefokkers in het Oldambt, een explosief verhaal over mens en koe, de oude symbiose misschien na die met de jachthonden. Al in Mesopotamie werden koeien gefokt. 
Met de schrijver kwam ik in de stal, en werd teruggesmeten naar de boerderij van mijn oom Kees op Tholen, jaren geleden. Geur brengt je naar het verleden zonder tussenkomst van overwegingen. Een warme dag. Ik lig in het hooi. Zonlicht valt door de staldeur binnen, duizend stofjes lichten op. Zo nu en dan schopt een van de koeien tegen een schot en loeit... (...)
In Kromzicht strijden twee geslachten van veefokkers. Maar denk niet dat het een realistische roman is. Niematz tilt de lezer naar een plan waar hij nooit eerder was. 
Wat speelt er tussen mens en dier, nu al zoveel eeuwen? Wat doe je met een schijndood kalf? Zijn held, de herenboer Hensius doet het '...niet door het op de billen te meppen zoals hij Tiedema had zien doen, maar door het dier zout in de neus te wrijven, adem te verschaffen, het bij de achterhakken te nemen en op te tillen, tot alle slijm vervloeid was.'
Lees Kromzicht, verdiep je in 'overerfde narigheid' als voortijdig werpen, buldogkalveren en stille kolder.

 

 

Dagblad van het Noorden 18 januari 2008

 

Joep van Ruiten in Dagblad van het Noorden 18 januari 2008 
Boeren worden in de Nederlandse literatuur vaak neergezet als eenvoudige geesten, een beetje dommig en weinig wereldwijs, tegen verandering en vooruitgang. Die typering gaat terug tot halverwege de negentiende eeuw toen de literatuur een zaak werd van schoolmeesters en dominees, en is hardnekkig in stand gehouden door de stadsschrijvers van na de Tweede Wereldoorlog, ook toen een beetje agrarier al lang en breed naar de universiteit ging.
Max Niematz (Tilburg , 1942) laat in Kromzicht zien dat de realiteit op het platteland altijd al genuanceerder heeft gelegen. In zijn nieuwe roman, een bewerking van een novelle uit 2000, stelt hij de lezer voor aan twee veeboeren uit het begin van de vorige eeuw. De ene is de trage en degelijke veehouder Berend Tiedema. De ander is Ludo Hensius, ook veehouder, maar dan van het excentrieke soort.
Die twee uitersten kunnen op het Groninger platteland - Niematz heeft Kromzicht in een fictief dorp in het Oldambt gesitueerd - aanvankelijk goed naast elkaar bestaan. Het evenwicht wordt verstoord als de pretentieuze Hensius met 'bloedophoping en paring van verwante dieren' een superstier wil fokken. De techniek is omstreden, maar werkt. Op de Kromzichter Fokveedagen wordt zijn Hensianus Dricus I tot fokstier gekroond. Op dit punt aangekomen voert Niematz een 15-jarig meisje op, het nichtje van Hensius. Vrijwel tegelijkertijd breekt er een virus uit en wordt de veestapel van het dorp begreigd.
Zo samengevat doet Kromzicht denken aan de streekromans die via series en boekenclubs in enorme aantallen over ons zijn uitgestort. Hij lijkt zich dat terdege bewust en past een aantal kunstgrepen toe die zijn boerenroman boven de middelmaat doen uitstijgen. Eerste kunstgreep is zijn archaische stijl. Met name Hensius worden woorden in de mond gelegd die aan de Tachtigers doen denken, maar zo over de top zijn opgeschreven dat het bijna parodie lijkt. Bijvoorbeeld als hij een duur wandkleed met een historisch tafereel heeft aangeschaft: ''t Verzacht ons heimwee naar deze zinvollere tijden. 't Bevrijdt ons boeren uit de kluisters van eeuwenlange onwetendheid.'
Tweede kunstgreep is het rijk versierde decor. Niematz heeft zich uitgebreid laten voorlichten over het fokken van vee. Met name het eerste deel van zijn roman leest, mede door zijn liefde voor oud agrarisch jargon, als een loflied op het Groot Veefokkershandboek. Dat is niet altijd even prettig, maar het gebeurt zo consequent dat het bewondering afdwingt. Acht tot leven komt Kromzicht pas met de entree van de dartele Klazien.
Maar meest opvallend is dat Niematz de weinig avontuurlijke Tiedema als de uiteindelijke held te voorschijn laat komen. (...) Tiedema mag dan niet de cup winnen, hij krijgt wel de hoofdprijs, terwijl Hensius afdruipt.

 

 

Recensieweb


 

Recensieweb
Niematz bouwt zijn drama zorgvuldig op, met kleurrijke personages en een even kleurrijk taalgebruik. De taal van boeren, knechten en notabelen ('Het is nogal wat.') is summier, aards, nuchter, en dat botst lekker met de dromen, gedachten en ambities die erachter zitten. Of we Kromzicht nu vervolgens moeten plaatsen in een wijder perspectief waarin het platteland bij uitstek de achtergrond wordt van principiele, ja zelfs politieke kwesties in de literatuur, is een tweede. Laat de port ons niet naar het hoofd stijgen: Niematz' vierde roman is onderhoudend en aanstekelijk, punt.

 

 

Lezersreacties 
Cees Hauwert

 

Lezersreacties 
Cees Hauwert, boekverkoper en ex-eigenaar Hilarius Boekhandel Almelo, in ruste:Ik heb met een brede glimlach uw boek Kromzicht gelezen, met zijn daverende einde. Ik kreeg er een Streuveliaans gevoel bij, maar dan in een hogere versnelling.
Henk Meyer, medewerker-buitenland van Dagblad van het Noorden: Een prachboek. Zojuist in bed de laatste bladzijden gelezen. Een waardige finale. Complimenten. In je andere boeken had ik nogal wat moeite met je humor (...), ik kreeg er geen vat op, ik verdronk niet in het verhaal, bleef erop drijven. Nu ben ik verzopen. En dat is wat een goed boek voor mij is. Het is kleiner geworden en daardoor groter. De mensen zijn zwakker en de karakters daardoor sterker. De geschiedenis is bizar, maar geloofwaardig. De dialogen zijn natuurlijk, ik hoorde de mensen praten. Je hebt me overtuigd. Er wacht een zilveren beker op je.
Anne Takens, kinderboekenschrijfster, Arnhem: Je boek vandaag gelezen, in de zon (...) Prachtig! Het slot vond ik heel ontroerend en zegt alles over het hele verhaal!
Monika Sauwer, schrijfster: Zeer overtuigend (Klazien!) en bewonderenswaardig.
Frank Westerman tijdens Vers v.d. Pers 01-08: Kromzicht ontstijgt de klei van het Oldambt en reikt naar het universele. Ik zou zeggen: lezen, die prachtroman!
Lucius Bloemen, beeldend kunstenaar: Je hoekige, ietwat pokdalige stijl past prachtig bij de nurkse sfeer van het vroegere boerenleven in het Oldambt. Ik hoop dat je veel lezers zult bereiken met het prachtig ingetogen 'Kromzicht'.